The internet of things te rooskleurig?
Het internet der dingen (The internet of things, IoT) is een term waar we al tijden niet meer om heen kunnen. Toch lijken de glorieuze visies rondom de mogelijkheden van een wereld waarin alles is verbonden met het web nu dominanter dan ooit. Terecht?
De tech industrie voorziet ons met allerlei briljante visies over een wereld waarin connectiviteit centraal staat. Ondertussen omarmen we ook massaal de technologie. We zien dat steeds meer apparaten standaard internet toegang hebben. Onze omgeving en apparaten raken zo steeds meer verbonden en hiermee ook intelligenter. Technologisch is ook niet de uitdaging. De uitdaging ligt met name in hoe organisaties functioneren in zo'n wereld. Immers een connected huis betekent ook een collected huis. Hoe meer we verbonden zijn des te meer gegevens laten we ook achter. Hoe gaan organisaties, instituten hier mee om?
Juist dat aspect wordt veelvuldig onderschat door technologie organisaties. We naderen een tijdperk waarin we veel ethische vragen gaan krijgen maar ook waar consumenten steeds kritischer kijken naar wat organisaties nu precies voor hen doen. We zijn ons bewust van de data die we achter laten. We zijn ons bewust dat onze apparaten steeds slimmer worden maar de centrale vraag is wordt de consument daar nu echt beter van? Is de belofte van het internet der dingen dat we beter op het individu afgestemde producten en diensten krijgen? Is de belofte dat we niet meer onnodig worden gestoord met commercials? Is dat de rooskleurige toekomst van het internet der dingen? Of is dat vooral de wereld waaraan we gewend zijn geraakt toegepast op een nieuwe wereld, die van het internet der dingen. Dan halen we niet het maximale uit de mogelijkheden van technologie. Immers die liggen niet in het toepassen van nieuwe technologie vanuit aannames van een oude wereld.
Uiteraard zijn er ook voorbeelden te over hoe een alomvattend netwerk onze helpt de natuur beter te beschermen. We zouden beter een levensstijl en economisch systeem moeten introduceren die dat overbodig maakt. Een alomvattende netwerk kan het leven veiliger maken. Maar ook onveiliger trouwens en het kan bijvoorbeeld bijdragen aan onze gezondheid. We kunnen eerder bepaalde aandoeningen monitoren. Zoals altijd zijn er twee kanten. Maar soms wordt toch de rooskleurige kant teveel overbelicht. De uitdaging voor het ontstaan van een alomvattend netwerk is dat we dat ten dienste stellen voor de mens. Niet voor de groeidrang van organisaties.
Recent onderzoek van Affinnova (predictive analytics agancy) gaf aan dat de ophef rondom de toekomst een alomvattend netwerk door consumenten minder wordt gedragen. De meest opvallende uitkomsten waren (via Forbes):
- Slow down, future: some consumers fear loss of control.
Despite what one might think, consumers are shying away from the captivating possibilities of a fully automated life.
- I can be in two places at once!
Being able to access or control objects remotely is the most desired functionality for smart products with 53 percent of consumers expressing interest. …
- Forget flashy futurism—people just want help saving money.
When asked about a wide range of potential benefits made possible by the Internet of Things, the top-ranking perk (cited by 65 percent of consumers) was saving money, such as through features that help conserve energy or that alert the user to sales or promotions for specific products. Women were significantly more interested than men in technologies that could help them save money.
- Personalization needs more pep.
Basic personalization features, such as product recommendations based on the current product of interest, are less impressive to consumers these days; they want to see products that leverage past personal data or data from other connected objects in sophisticated ways, such as smart health products that provide increasingly tailored diet and fitness plans by “learning” from the user’s past behaviors.
Tja, the internet of things. We gaan er nog heel veel van horen. Maar laten we vooral naar de mogelijkheden kijken vanuit het nieuwe paradigma waarin mens in balans staat met haar omgeving en technologie helpt de machtsverhoudingen (klant - organisatie) wat te egaliseren. Misschien is dat wat te rooskleurig gedacht?