Artikel Maatschappij en samenleving

Gen Z is niet dommer, we trainen hun brein anders

Gen Z is niet dommer, we trainen hun brein anders

Ik zit in de trein van Parijs naar Antwerpen en mijn feed staat vol met dezelfde quote: “Our kids are less cognitively capable than we were.” De uitspraak komt van neurowetenschapper Jared Cooney Horvath en werd meteen vertaald naar een harde conclusie: Gen Z is de eerste generatie die “dommer” is dan de vorige. Dat is precies het soort claim dat viraal gaat en te simpel is om waar te zijn.

Terwijl ik rustig in de trein van Parijs naar Antwerpen zit, ontspoort het internet weer eens. Dit keer over Gen Z en cognitieve achteruitgang de perfecte cocktail voor ongenuanceerde conclusies.

De oorspronkelijke toespraak (die inmiddels alweer even oud is) blijft rondzingen in een versimpelde vorm:

Gen Z is de eerste generatie die cognitief achteruitgaat.

Dat is precies hoe dit soort discussies altijd verlopen. Een complexe observatie wordt teruggebracht tot een harde, absolute stelling en daarna viraal gedeeld. En dat is meestal het moment waarop je moet vertragen. Niet omdat de onderliggende analyse nergens op slaat. Integendeel. Maar om niet mee te gaan in wat er online van gemaakt wordt.

Wat er wél klopt

De analyse waar dit op gebaseerd is, leunt niet op onderbuikgevoel maar op data. Internationale toetsen zoals PISA laten een duidelijke terugval zien in basisvaardigheden als lezen en rekenen. In de 2022-resultaten spreekt de OESO (bron) zelfs van een van de sterkste dalingen ooit gemeten en belangrijker: die trend begon al vóór de pandemie. Ook in andere datasets zien we signalen van stagnatie of daling in bepaalde cognitieve vaardigheden. Onderzoek naar het zogeheten reverse Flynn effect laat zien dat IQ-scores in sommige landen niet langer stijgen, en in sommige gevallen zelfs dalen (bron).

Dit is geen incident. Er gebeurt iets.

Waar de claim te ver gaat

Maar “minder cognitief capabel” als algemene uitspraak klopt niet. Cognitie is geen enkele variabele. In dezelfde literatuur zie je namelijk ook stabiele prestaties op bepaalde domeinen en zelfs verbeteringen in visueel-ruimtelijke vaardigheden.

Met andere woorden:

  • niet minder cognitie
  • maar een ander cognitief profiel

Dat verschil is cruciaal en verdwijnt volledig in de virale versie van het verhaal. 

De rol van de omgeving

De echte vraag is niet of Gen Z minder slim is.

De vraag is: wat voor type brein trainen we eigenlijk?

De afgelopen 15 jaar is de leeromgeving fundamenteel veranderd:

  • van lineair lezen → naar scannen en scrollen
  • van langdurige focus → naar constante taakwisselingen
  • van intern verwerken → naar externe ondersteuning

En dat heeft effect. Niet omdat technologie "slecht" is. Maar omdat cognitieve systemen zich aanpassen aan wat ze nodig hebben.

Wat onderzoek hierover zegt

Onderzoek naar cognitive offloading laat zien dat mensen mentale taken snel uitbesteden zodra er een extern systeem beschikbaar is (bron). Dat is efficiënt maar het verandert wel hoe, en hoe vaak, bepaalde cognitieve processen worden gebruikt.

Recente studies rond AI-gebruik laten iets vergelijkbaars zien. In een MIT-preprint werd bijvoorbeeld lagere neurale connectiviteit gemeten bij deelnemers die direct met een AI-systeem werkten, vergeleken met deelnemers die eerst zelf nadachten (bron).

Dat soort studies zijn nog geen definitief bewijs. Maar ze wijzen wel in dezelfde richting: het gaat niet om kunnen, maar om gebruiken

Onderwijs als onderschatte factor

Een belangrijk, maar vaak onderschat onderdeel van deze discussie is onderwijs. Steeds meer onderzoek laat zien dat:

  • lezen van papier vaak beter werkt voor begrip en retentie dan lezen van schermen
  • handgeschreven notities leiden tot diepere verwerking dan typen
  • technologie in de klas alleen werkt als die doelgericht wordt ingezet

Ook de OESO nuanceert inmiddels het idee dat digitalisering automatisch leidt tot beter leren. Dit is geen anti-technologie verhaal. Dit is een ontwerpvraag.

Wat hier echt speelt?

We hebben geen generatieprobleem. We hebben een systeemprobleem.

We hebben een omgeving gebouwd die andere dingen beloont:

  • snelheid boven diepte
  • bereik boven begrip
  • toegang boven internalisatie

En cognitieve systemen passen zich daarop aan.

Online zie je twee reacties:

1. “Zie je wel, technologie maakt ons dommer”
2. “Dit is gewoon generatiepaniek”

Beide zijn te simpel. De data wijzen niet op een dommere generatie. Maar ze wijzen ook niet op een stabiele situatie. Tenminste zoals ik de data beoordeel. 

We hebben dus waarschijnlijk geen cognitieve achteruitgang in absolute zin.

Maar we hebben wel:

  • minder training van diepe cognitieve processen
  • meer afhankelijkheid van externe systemen
  • een verschuiving van diepte naar oppervlak

En dat is geen klein verschil. Want...

Niet: Gen Z is minder slim

Maar: we hebben een omgeving gebouwd die minder diep denken vraagt. 

En als een systeem minder wordt gebruikt, wordt het ook minder ontwikkeld. Dat is geen moreel oordeel maar kan op de langere termijn problematisch zijn. 

Video afspelen Door af te spelen laadt u inhoud van een externe dienst.
Deel LinkedIn E-mail

Tony op uw podium?